Al-Lail( الليل)
Original,King Fahad Quran Complex(الأصلي,مجمع الملك فهد القرآن)
show/hide
Salomo Keyzer (Salomo Keyzer )
show/hide
بِسمِ اللَّهِ الرَّحمٰنِ الرَّحيمِ وَالَّيلِ إِذا يَغشىٰ(1)
Ik zweer bij den nacht, als die alle dingen met duisternis bedekt.(1)
وَالنَّهارِ إِذا تَجَلّىٰ(2)
Bij den dag als die met glans schittert;(2)
وَما خَلَقَ الذَّكَرَ وَالأُنثىٰ(3)
Bij Hem, die het mannelijke en het vrouwelijke schepsel heeft geschapen.(3)
إِنَّ سَعيَكُم لَشَتّىٰ(4)
Waarlijk, uwe pogingen hebben verschillende doeleinden.(4)
فَأَمّا مَن أَعطىٰ وَاتَّقىٰ(5)
Maar hem, die gehoorzaam is en God vreest,(5)
وَصَدَّقَ بِالحُسنىٰ(6)
En de waarheid van het geloof belijdt, dat het uitnemendst is.(6)
فَسَنُيَسِّرُهُ لِليُسرىٰ(7)
Dien zullen wij den weg des geluks gemakkelijk maken.(7)
وَأَمّا مَن بَخِلَ وَاستَغنىٰ(8)
Maar hem, die gierig zal wezen, en zich om niets dan deze wereld bekommert,(8)
وَكَذَّبَ بِالحُسنىٰ(9)
En de waarheid zal loochenen van datgene, wat het uitnemendst is.(9)
فَسَنُيَسِّرُهُ لِلعُسرىٰ(10)
Dien zulle wij den weg tot de ellende vergemakkelijken.(10)
وَما يُغنى عَنهُ مالُهُ إِذا تَرَدّىٰ(11)
En zijne rijkdommen zullen hem niet baten, als hij, het onderst boven, in de hel zal vallen.(11)
إِنَّ عَلَينا لَلهُدىٰ(12)
Waarlijk, ons behoort de leiding van den mensch.(12)
وَإِنَّ لَنا لَلءاخِرَةَ وَالأولىٰ(13)
Ons is het tegenwoordige en het volgende leven.(13)
فَأَنذَرتُكُم نارًا تَلَظّىٰ(14)
Daarom bedreig ik u met het vreeselijk brandend vuur.(14)
لا يَصلىٰها إِلَّا الأَشقَى(15)
Waarin niemand zal worden geworpen om verbrand te worden, behalve de meest verdorvenen.(15)
الَّذى كَذَّبَ وَتَوَلّىٰ(16)
Die niet geloofd en zich afgewend zullen hebben.(16)
وَسَيُجَنَّبُهَا الأَتقَى(17)
Maar hij die zich gestreng (voor afgoderij en weêrspannigheid) in acht neemt, dien zullen wij ver van daar voeren:(17)
الَّذى يُؤتى مالَهُ يَتَزَكّىٰ(18)
Die zijn vermogen aan aalmoezen besteedt, om zich meer te zuiveren,(18)
وَما لِأَحَدٍ عِندَهُ مِن نِعمَةٍ تُجزىٰ(19)
En niet opdat hem zijne weldaden zullen worden beloond.(19)
إِلَّا ابتِغاءَ وَجهِ رَبِّهِ الأَعلىٰ(20)
Maar die zijn vermogen voor de zaak van zijn Heer, den Verhevenste besteedt.(20)
وَلَسَوفَ يَرضىٰ(21)
En hierna zal hij gewis voldaan zijn met zijne belooning.(21)