Ad-Dukhan( الدخان)
Original,King Fahad Quran Complex(الأصلي,مجمع الملك فهد القرآن)
show/hide
Salomo Keyzer (Salomo Keyzer )
show/hide
بِسمِ اللَّهِ الرَّحمٰنِ الرَّحيمِ حم(1)
Ha. Mim.(1)
وَالكِتٰبِ المُبينِ(2)
Bij het doorzichtige boek van den Koran.(2)
إِنّا أَنزَلنٰهُ فى لَيلَةٍ مُبٰرَكَةٍ ۚ إِنّا كُنّا مُنذِرينَ(3)
Waarlijk wij hebben dit in eenen gezegenden nacht nedergezonden: want wij hadden ons verbonden zoo te handelen.(3)
فيها يُفرَقُ كُلُّ أَمرٍ حَكيمٍ(4)
In den nacht waarin, gij duidelijke wijze, het besluit van ieder bepaald ding is nedergezonden.(4)
أَمرًا مِن عِندِنا ۚ إِنّا كُنّا مُرسِلينَ(5)
Als een bevel van ons. Waarlijk wij waren immer gewoon, gezanten met openbaringen, met zeker tusschenpoozen te zenden.(5)
رَحمَةً مِن رَبِّكَ ۚ إِنَّهُ هُوَ السَّميعُ العَليمُ(6)
Als bewijs der genade van uwen Heer; want hij is het die alles hoort en ziet.(6)
رَبِّ السَّمٰوٰتِ وَالأَرضِ وَما بَينَهُما ۖ إِن كُنتُم موقِنينَ(7)
De Heer van hemel en aarde en van alles wat daar tusschen is; indien gij menschen van vast geloof zijt.(7)
لا إِلٰهَ إِلّا هُوَ يُحيۦ وَيُميتُ ۖ رَبُّكُم وَرَبُّ ءابائِكُمُ الأَوَّلينَ(8)
Er is geen God buiten hem: hij geeft leven en hij doet sterven; hij is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.(8)
بَل هُم فى شَكٍّ يَلعَبونَ(9)
Thans vermaken zij zich door te twijfelen.(9)
فَارتَقِب يَومَ تَأتِى السَّماءُ بِدُخانٍ مُبينٍ(10)
Maar sla hen gade, op den dag dat de hemel een zichtbaren rook zal voortbrengen.(10)
يَغشَى النّاسَ ۖ هٰذا عَذابٌ أَليمٌ(11)
Die den mensch zal bedekken. Dit zal eene martelende plaag wezen.(11)
رَبَّنَا اكشِف عَنَّا العَذابَ إِنّا مُؤمِنونَ(12)
Zij zullen zeggen: O Heer! neem deze plaag van ons af; waarlijk wij zullen ware geloovigen worden.(12)
أَنّىٰ لَهُمُ الذِّكرىٰ وَقَد جاءَهُم رَسولٌ مُبينٌ(13)
Wat heeft onze vermaning hen in dezen toestand gebaat, toen een duidelijke gezant tot hen kwam.(13)
ثُمَّ تَوَلَّوا عَنهُ وَقالوا مُعَلَّمٌ مَجنونٌ(14)
En zij zich van hem verwijderden, zeggende: Deze man is door anderen onderricht, of hij is een uitzinnig mensch.(14)
إِنّا كاشِفُوا العَذابِ قَليلًا ۚ إِنَّكُم عائِدونَ(15)
Indien wij de plaag eenigermate van u afnemen, zult gij zekerlijk tot uwe ongetrouwheid terugkeeren.(15)
يَومَ نَبطِشُ البَطشَةَ الكُبرىٰ إِنّا مُنتَقِمونَ(16)
Op den dag waarop wij hen fel en met groote macht zullen aanvallen, waarlijk, dan zullen wij wraak op hen nemen.(16)
۞ وَلَقَد فَتَنّا قَبلَهُم قَومَ فِرعَونَ وَجاءَهُم رَسولٌ كَريمٌ(17)
Wij beproefden het volk van Pharao vóór hen, en een achtingswaardige gezant kwam tot hen.(17)
أَن أَدّوا إِلَىَّ عِبادَ اللَّهِ ۖ إِنّى لَكُم رَسولٌ أَمينٌ(18)
Zeggende: Zendt de dienaren van God tot mij, waarlijk, ik ben een verzoenend zendeling voor u.(18)
وَأَن لا تَعلوا عَلَى اللَّهِ ۖ إِنّى ءاتيكُم بِسُلطٰنٍ مُبينٍ(19)
En staat niet op tegen God, want ik kom met eene duidelijke macht tot u.(19)
وَإِنّى عُذتُ بِرَبّى وَرَبِّكُم أَن تَرجُمونِ(20)
Ik zoek eene schuilplaats bij mijn Heer en uw Heer, opdat gij mij niet steenigt.(20)
وَإِن لَم تُؤمِنوا لى فَاعتَزِلونِ(21)
Indien gij mij niet gelooft, scheidt dan voor het minst van mij.(21)
فَدَعا رَبَّهُ أَنَّ هٰؤُلاءِ قَومٌ مُجرِمونَ(22)
En toen zij hem van bedrog beschuldigden, riep hij zijn Heer aan, zeggende: Dit is een zondig volk.(22)
فَأَسرِ بِعِبادى لَيلًا إِنَّكُم مُتَّبَعونَ(23)
En God zeide tot hem: Trek des nachts met mijne dienaren voort; want gij zult vervolgd worden,(23)
وَاترُكِ البَحرَ رَهوًا ۖ إِنَّهُم جُندٌ مُغرَقونَ(24)
En laat de zee gespleten achter u, opdat de Egyptenaren er in gaan. Want zij vormen eene schaar, gedoemd om verdronken te worden.(24)
كَم تَرَكوا مِن جَنّٰتٍ وَعُيونٍ(25)
Hoe vele tuinen en fonteinen.(25)
وَزُروعٍ وَمَقامٍ كَريمٍ(26)
En bezaaide korenvelden en schoone woningen.(26)
وَنَعمَةٍ كانوا فيها فٰكِهينَ(27)
En voordeelen welke gij geniet, lieten zij niet achter zich?(27)
كَذٰلِكَ ۖ وَأَورَثنٰها قَومًا ءاخَرينَ(28)
Zoo ontnamen wij hun het bezit daarvan, en wij gaven het, als eene erfenis, aan een ander volk.(28)
فَما بَكَت عَلَيهِمُ السَّماءُ وَالأَرضُ وَما كانوا مُنظَرينَ(29)
Hemel noch aarde hebben om hen geweend; en zij verkregen geen uitstel.(29)
وَلَقَد نَجَّينا بَنى إِسرٰءيلَ مِنَ العَذابِ المُهينِ(30)
Wij bevrijdden de kinderen Israëls van eene schandelijke mishandeling.(30)
مِن فِرعَونَ ۚ إِنَّهُ كانَ عالِيًا مِنَ المُسرِفينَ(31)
Van Pharao; want hij was hoovaardig en een zondaar.(31)
وَلَقَدِ اختَرنٰهُم عَلىٰ عِلمٍ عَلَى العٰلَمينَ(32)
Wij kozen hen, voorbedachtelijk, boven alle volkeren.(32)
وَءاتَينٰهُم مِنَ الءايٰتِ ما فيهِ بَلٰؤٌا۟ مُبينٌ(33)
Wij toonden hun verschillende teekenen, waarin een duidelijke proef was gelegen.(33)
إِنَّ هٰؤُلاءِ لَيَقولونَ(34)
Waarlijk deze bewoners van Mekka (ongeloovigen) zeggen:(34)
إِن هِىَ إِلّا مَوتَتُنَا الأولىٰ وَما نَحنُ بِمُنشَرينَ(35)
Zekerlijk zal ons bepaald einde geen ander dan onze eerste, natuurlijke dood wezen; nimmer zullen wij weder worden opgewekt.(35)
فَأتوا بِـٔابائِنا إِن كُنتُم صٰدِقينَ(36)
Breng dan onze voorvaderen tot het leven terug, indien gij de waarheid spreekt.(36)
أَهُم خَيرٌ أَم قَومُ تُبَّعٍ وَالَّذينَ مِن قَبلِهِم ۚ أَهلَكنٰهُم ۖ إِنَّهُم كانوا مُجرِمينَ(37)
Zijn zij beter of het volk van Tobba. En zij die vóór hen bestonden? Wij verdelgden hen, omdat zij zonden bedreven.(37)
وَما خَلَقنَا السَّمٰوٰتِ وَالأَرضَ وَما بَينَهُما لٰعِبينَ(38)
Wij hebben de hemelen en de aarde, en alles wat daar tusschen is, niet geschapen, bij wijze van uitspanning.(38)
ما خَلَقنٰهُما إِلّا بِالحَقِّ وَلٰكِنَّ أَكثَرَهُم لا يَعلَمونَ(39)
Wij hebben die in waarheid (ernst) geschapen; maar het grootste deel hunner begrijpt het niet.(39)
إِنَّ يَومَ الفَصلِ ميقٰتُهُم أَجمَعينَ(40)
Waarlijk, de dag der scheiding zal de bepaalde tijd van hen allen wezen.(40)
يَومَ لا يُغنى مَولًى عَن مَولًى شَيـًٔا وَلا هُم يُنصَرونَ(41)
Een dag, waarop de meester en de dienaren elkander niet van voordeel zullen wezen, en niet geholpen zullen worden.(41)
إِلّا مَن رَحِمَ اللَّهُ ۚ إِنَّهُ هُوَ العَزيزُ الرَّحيمُ(42)
Uitgezonderd zij, aan welke God genade zal verleend hebben: want hij is de Machtige, de Genadige.(42)
إِنَّ شَجَرَتَ الزَّقّومِ(43)
Waarlijk, de vrucht van den boom van al Zakkoem.(43)
طَعامُ الأَثيمِ(44)
Zal het voedsel van den goddelooze wezen.(44)
كَالمُهلِ يَغلى فِى البُطونِ(45)
Als de droesem van olie, zal het in de buiken der verdoemde koken (als gesmolten metaal).(45)
كَغَلىِ الحَميمِ(46)
Zooals het koken, van het heetste water.(46)
خُذوهُ فَاعتِلوهُ إِلىٰ سَواءِ الجَحيمِ(47)
Men zal tot de volvoerders van Gods wil zeggen: Grijpt den snoodaard en sleept hem naar het midden der hel.(47)
ثُمَّ صُبّوا فَوقَ رَأسِهِ مِن عَذابِ الحَميمِ(48)
En werpt op zijn hoofd de marteling van heet water;(48)
ذُق إِنَّكَ أَنتَ العَزيزُ الكَريمُ(49)
Zeggende: Proef dit; want gij zijt de machtige en eerbiedwaardige persoon.(49)
إِنَّ هٰذا ما كُنتُم بِهِ تَمتَرونَ(50)
Waarlijk, dit is de straf waaraan gij twijfeldet.(50)
إِنَّ المُتَّقينَ فى مَقامٍ أَمينٍ(51)
Maar de vromen zullen op eene plaats van zekerheid worden gehuisvest.(51)
فى جَنّٰتٍ وَعُيونٍ(52)
Tusschen tuinen en fonteinen.(52)
يَلبَسونَ مِن سُندُسٍ وَإِستَبرَقٍ مُتَقٰبِلينَ(53)
Zij zullen gekleed worden in fijne zijde en satijn, en zij zullen met de aangezichten tegenover elkander zitten.(53)
كَذٰلِكَ وَزَوَّجنٰهُم بِحورٍ عينٍ(54)
Zoo zal het wezen, en zij zullen huwen, met schoone meisjes, die groote, zwarte oogen hebben.(54)
يَدعونَ فيها بِكُلِّ فٰكِهَةٍ ءامِنينَ(55)
Op die plaats zullen zij, in volle zekerheid, zich alle soorten van vruchten doen toedienen.(55)
لا يَذوقونَ فيهَا المَوتَ إِلَّا المَوتَةَ الأولىٰ ۖ وَوَقىٰهُم عَذابَ الجَحيمِ(56)
Zij zullen daar den dood niet proeven na den eersten dood, en God zal hen van de hellepijnen bevrijden.(56)
فَضلًا مِن رَبِّكَ ۚ ذٰلِكَ هُوَ الفَوزُ العَظيمُ(57)
Het is door den genadige goedheid van uwen Heer. Dit zal eene groote gelukzaligheid wezen.(57)
فَإِنَّما يَسَّرنٰهُ بِلِسانِكَ لَعَلَّهُم يَتَذَكَّرونَ(58)
Daarenboven hebben wij den Koran gemakkelijk gemaakt, door dien in uwe eigen taal te openbaren, opdat gij tot het einde vermaand zoudt wezen.(58)
فَارتَقِب إِنَّهُم مُرتَقِبونَ(59)
Daarom, o Mahomet! wacht den uitslag af; want ook zij wachten slechts, u door een of ander onheil te zien overvallen.(59)