Abasa( عبس)
Original,King Fahad Quran Complex(الأصلي,مجمع الملك فهد القرآن)
show/hide
Salomo Keyzer (Salomo Keyzer )
show/hide
بِسمِ اللَّهِ الرَّحمٰنِ الرَّحيمِ عَبَسَ وَتَوَلّىٰ(1)
De profeet fronst zijn voorhoofd en wendt zich af.(1)
أَن جاءَهُ الأَعمىٰ(2)
Omdat de blinde man tot hem kwam.(2)
وَما يُدريكَ لَعَلَّهُ يَزَّكّىٰ(3)
En hoe kunt gij weten of hij niet misschien van zijne zonden gezuiverd zal worden;(3)
أَو يَذَّكَّرُ فَتَنفَعَهُ الذِّكرىٰ(4)
Of dat hij vermaand zal worden, en dat de vermaning van eenig voordeel zal wezen.(4)
أَمّا مَنِ استَغنىٰ(5)
Den mensch die rijk is.(5)
فَأَنتَ لَهُ تَصَدّىٰ(6)
Ontvangt gij gij met eerbied;(6)
وَما عَلَيكَ أَلّا يَزَّكّىٰ(7)
Terwijl gij er niet van beschuldigd wordt, dat hij niet gezuiverd is.(7)
وَأَمّا مَن جاءَكَ يَسعىٰ(8)
Maar hij die tot u komt, om zijn heil ernstig te zoeken.(8)
وَهُوَ يَخشىٰ(9)
En die God vreest.(9)
فَأَنتَ عَنهُ تَلَهّىٰ(10)
Verwaarloost gij.(10)
كَلّا إِنَّها تَذكِرَةٌ(11)
Gij moest volstrekt niet zoo handelen. Waarlijk, de Koran is eene vermaning.(11)
فَمَن شاءَ ذَكَرَهُ(12)
(En hij die daartoe gezind is, onthoudt deze).(12)
فى صُحُفٍ مُكَرَّمَةٍ(13)
En hij is op geachte bladen geschreven.(13)
مَرفوعَةٍ مُطَهَّرَةٍ(14)
Verheven en zuiver.(14)
بِأَيدى سَفَرَةٍ(15)
Met de handen van(15)
كِرامٍ بَرَرَةٍ(16)
Geëerde en rechtvaardige schrijvers.(16)
قُتِلَ الإِنسٰنُ ما أَكفَرَهُ(17)
Gevloekt zij de mensch! Wat heeft hem tot ontrouw verleid?(17)
مِن أَىِّ شَيءٍ خَلَقَهُ(18)
Van wat schiep God hem?(18)
مِن نُطفَةٍ خَلَقَهُ فَقَدَّرَهُ(19)
Van een droppel zaad schiep hij hem; En hij vormde hem met evenredigheid.(19)
ثُمَّ السَّبيلَ يَسَّرَهُ(20)
Daarna vergemakkelijkte hij zijn uitgang uit den schoot der moeder.(20)
ثُمَّ أَماتَهُ فَأَقبَرَهُ(21)
Daarna deed hij hem sterven, en legde hem in het graf.(21)
ثُمَّ إِذا شاءَ أَنشَرَهُ(22)
Hierna, als het hem zal behagen, zal hij hem tot het leven opwekken.(22)
كَلّا لَمّا يَقضِ ما أَمَرَهُ(23)
Waarlijk, hij heeft tot hiertoe niet volkomen vervuld wat God hem heeft bevolen.(23)
فَليَنظُرِ الإِنسٰنُ إِلىٰ طَعامِهِ(24)
Laat den mensch zijn voedsel beschouwen (en op welke wijze het wordt voortgebracht).(24)
أَنّا صَبَبنَا الماءَ صَبًّا(25)
Wij doen het water door regenbuien nederstorten;(25)
ثُمَّ شَقَقنَا الأَرضَ شَقًّا(26)
Daarna splijten wij de aarde met spleten.(26)
فَأَنبَتنا فيها حَبًّا(27)
En wij doen het koren daaruit voortspruiten.(27)
وَعِنَبًا وَقَضبًا(28)
Den wijngaard en het klaverblad;(28)
وَزَيتونًا وَنَخلًا(29)
Den olijfboom en den palmboom.(29)
وَحَدائِقَ غُلبًا(30)
En tuinen dicht met boomen beplant.(30)
وَفٰكِهَةً وَأَبًّا(31)
En vruchten en gras.(31)
مَتٰعًا لَكُم وَلِأَنعٰمِكُم(32)
Voor het gebruik van u zelven en van uw vee.(32)
فَإِذا جاءَتِ الصّاخَّةُ(33)
Als de verdoovende klank van de trompet zal gehoord worden.(33)
يَومَ يَفِرُّ المَرءُ مِن أَخيهِ(34)
Op dien dag zal de mensch van zijn broeder vluchten.(34)
وَأُمِّهِ وَأَبيهِ(35)
Van zijne moeder en zijn vader.(35)
وَصٰحِبَتِهِ وَبَنيهِ(36)
Van zijn vrouw en zijne kinderen.(36)
لِكُلِّ امرِئٍ مِنهُم يَومَئِذٍ شَأنٌ يُغنيهِ(37)
Ieder mensch zal op dien dag genoeg stof voor zich zelven hebben, om zijne gedachten bezig te houden.(37)
وُجوهٌ يَومَئِذٍ مُسفِرَةٌ(38)
Op dien dag zullen de aangezichten van sommigen schitteren.(38)
ضاحِكَةٌ مُستَبشِرَةٌ(39)
Lachend en vroolijk zijn.(39)
وَوُجوهٌ يَومَئِذٍ عَلَيها غَبَرَةٌ(40)
En op de aangezichten van anderen zal, op dien dag, stof liggen;(40)
تَرهَقُها قَتَرَةٌ(41)
Duisternis zal hen bedekken;(41)
أُولٰئِكَ هُمُ الكَفَرَةُ الفَجَرَةُ(42)
Dit zijn de ongeloovigen, de zondaars.(42)